Pagina's

vrijdag 13 december 2019

Een paar dingen die ik leerde toen ik nog geen dertig was. Deel II.

Dan nu de lessen in dapperheid en het bereiken van doelen.

3. Dat je (opnieuw) verbinden de moeite waard is. Maar doodeng. In de weken na de oude kat wist ik dat ik weer een kat wilde. Maar ooit zou ik dan weer aan die tafel zitten, op een kruk, met mijn voeten op het stangetje en een doos tissues die ik voor de verandering dan eens ook moet gebruiken. Dagen janken. Dat is de prijs. Dat is meestal de prijs. Een prijs die ik nooit meer wil betalen. Net als de prijs van in bed liggen en niet een ademend lijfje ergens bij je borst. Of bij je benen. Dat is huilen, dagen achter elkaar.

Er is maar één manier om dat te voorkomen. Nooit meer een kat.

Maar ook nooit meer een mens. Nooit meer een levend wezen. Alle levende wezens uitbannen uit je leven en zelf naar een onbewoond eiland. Nooit vreugde of plezier. Bittere eenzaamheid. Niemand die je daar dan in kan steunen.

Wat is dan erger.

Dus ik gaf mezelf een kleine twee maanden totdat ik ging zoeken en een dikke drie maanden totdat ik dat andere wezentje op mocht halen. Simon.

Baby Simon
4. Dat een dier je niet alleen indirect dingen leert. De kleine (eigenlijk nu al niet meer) bandiet is nu drie maanden bij mij. Hij leert me toch wel het één en ander.

- Onbevangenheid. Blij zijn met niets. Het voelt bijna kinderlijk om te vertellen hoe je kat staat te blèren als je zijn hengel pakt om met hem te gaan spelen. Hoe heerlijk is het dat hij daar dan al blij van wordt.

- Ruimte innemen. Simon heeft geen enkele moeite met ruimte innemen. Ik ben daar niet zo goed in (dat ik dit opschrijf, zou je natuurlijk wel als valse bescheidenheid kunnen aanmerken). Hij banjert mijn hart in. Hij slaapt dus op mijn bed - en dat betekent dat ik soms midden in de nacht aan het sjouwen en sjorren ben, want vier kilo relaxte kat ligt niet op een klein bolletje ergens aan je voeteneind.

- Nabijheid. Ik geloof niet dat je met een dier een vergelijkbare intimiteit kunt en moet willen hebben als met een mens. Dat maakt de nabijheid van een dier niet minder waardevol. Ik zie het als leren een levend wezen dichtbij te hebben (slaap maar tegen me aan) en dat fijn te vinden. Dat sluit dan ook wel aan bij de derde les. Het maar weer aangaan, ondanks hoe eng dat ook is.

- Geduld. Dat is de minst fraaie van het stel, maar wel heel waar. Tien keer je kat van het aanrecht plukken. Je kat van de kast halen waar hij niet op mag (en waar hij met zijn kop achter het fotolijstje schuilt als een struisvogel in het zand want als je mijn kop niet ziet dan zie je die vier kilo lijf toch ook niet). En nog een keer. En nog een keer. Je kat uit de gordijnen trekken, kapotte gordijnen. Je jas niet meer over een stoel kunnen mikken, want in jassen gaan we hangen. Het kunnen vergeten met uitslapen want een spinnende kat die heus wel eten heeft, maar net zo lang over je bed blijft dralen totdat je hem uit bed zet (de deur dichtdoet en de kat voor je deur staat te mauwen want ik heb wel eten, maar ik wil dat jij NU uit bed komt).

 




zaterdag 30 november 2019

Een paar dingen die ik leerde toen ik nog geen dertig was. Deel 1.

Die 'paar dingen' ga ik verband laten houden met katten (maar als je goed leest, zijn ze breder dan dat). Als ik dan nu met dertig definitief als kattenvrouwtje bestempeld ga worden, dan moet dat maar zo zijn.

In dit schrijfsel de moeilijke lessen.
-

1. Dat vechten tegen gevoelens meer kan kosten dan de gevoelens zelf. In juni van het afgelopen jaar werd mijn kat (inmiddels 18) heel erg ziek. Dat waren moeilijke weken. Het dier leed en ik leed mee - maar dan op een andere, vooral mentale manier. Ik was bang haar kwijt te raken en wilde die angst niet voelen. Ik wilde niet verdrietig zijn. Niet machteloos. Maar natuurlijk was ik dat allemaal wel. Het werden slapeloze nachten, een kat die in een week tijd vel over been was. De kat die opknapte en er toch weer ziek uitzag. Hoop. Vrees. Dus al snel werd het een bezoek aan de dierenarts. Het was steeds een gevecht in mijn hoofd (straks moet ze dood, ik wil haar niet kwijt).

vandaag heb je geschooid
neem me mee naar buiten
zei je met je ogen en je stem
til me op laat me tegen je slapen

daarna was je weer stil en oud
nog even denk je

ik zie je dat denken
ik wil niet dat je ophoudt
dat het ophoudt
blijf leven

ik wil je niet kwijt
ik heb toch gezegd dat ik je niet kwijt wil


De dierenarts bevestigde waar ik bang voor was. Ze was echt heel ziek. Haar langer in leven laten zou een lijdensweg zijn. Dus besloten we ter plekke dat we dat niet gingen doen. Voor de kat (maar ook voor mijzelf). Ik ben bij haar gebleven totdat ze sliep. Het tweede spuitje hoefde ik niet te zien.

De dagen erna waren heel erg heftig. Achttien jaar en dan weg.

Eerst ruimden we de eet- en drinkbakjes op. De doos waarin ze sliep.
En dan zijn daar de confrontaties. Niet op hoeven letten of ze naar buiten zou glippen. De reismand (van die laatste reis). Ik wilde het niet zien. Ik zag het. Onder ogen.

Zo is het dus. Het onder ogen zien maakt het niet makkelijker. Het is bijna een half jaar geleden en nog steeds moeilijk. Nog steeds verdrietig. Maar nu meer af en toe. En niet meer zo dat ik steeds moet huilen als het erover gaat.


2. Dat het enige wat die gevoelens te doen maakt, is als iemand je troost. Dat je moeilijke dingen in het leven tegenkomt, kleine moeilijke dingen en grote moeilijke dingen, is niet te vermijden. Het leven is soms lastig (zegt Dirk de Wachter). En wat hij daarop aansluitend zegt, is dat we elkaar nodig hebben als het lastig is. Dat er dan meer verbinding kan ontstaan. Hoe hij het letterlijk zegt weet ik niet (en ik heb ook niet echt zin om het op te zoeken).

Mijn ervaring met de kat was vooral de steun die er was. En dat die steun dan maakt dat je het aankunt, hoe heftig het allemaal ook is.

Dus in die moeilijkheden is het goed de armen te zijn om de ander heen, de hand op de hand van de ander. Of gewoon de stille aanwezigheid naast de ander. Als er iets is wat ik belangrijk ben gaan vinden in het afgelopen jaar, dan is het dat. Misschien wel het belangrijkste ooit.





zaterdag 16 maart 2019

het verbeteren van de wereld

Het verbeteren van de wereld begint bij jezelf.

Soms crasht mijn hoofd als ik ergens over nadenk. Zo van: er is zoveel informatie en help, wat moet ik vinden - en is er een oplossing en waarom doen die stomme mensen dat dan niet? Soms vindt mijn hoofd al dat nadenken ook juist wel fijn. Met als gevaar dat ik belerend ga zijn of dat ik vage dingen ga schrijven: welkom in mijn hoofd.

Gisteren dacht ik over het verbeteren van de wereld. Het was halverwege een migraine-aanval (en die laten me meestal niet de meest heldere gedachten hebben). Hoe mensen protesteren en vinden dat we de wereld een betere plek moeten laten zijn voor de generaties na ons. Die betere plek hangt zeker samen met klimaat, maar - lijkt mij dan - met meer dan dat.

Ik zou willen dat iedereen die idealen had. Dat meen ik echt. En dat het makkelijker zou zijn om volgens die idealen te leven.
Om te fietsen, ook al regent het. Om consequent geen vlees te eten. Om tweedehands kleding te kopen (en niet de postbezorger zien grijzen omdat hij alwéér een pakketje (met een jurk) komt bezorgen - shame on me).
Maar ook andere idealen: om niet te roddelen, maar te bedenken dat een persoon ook zo zijn redenen heeft voor stom gedrag (dat iemand je bijvoorbeeld uitfoetert en je vanuit je tenen probeert te doen alsof je het zó erg vindt dat je zoiets stoms hebt gezegd en dat je intussen al zit te bedenken wat je zo eens kapot zult maken en bij wie je zo je hart zult luchten want o, boosheid!).

Gisteren vroeg ik me af wat mijn idealen waren. Dat heb ik me lang niet afgevraagd.

En het was stil.

Een paar jaar geleden wist ik dat heel goed: ik wilde psycholoog zijn en mensen kleine beetjes licht bezorgen.
Nu denk ik: ja. Het is zo mooi als het klinkt. Dat wil ik ook nog steeds. Toch is dat ontsteken van lichtjes zoveel minder simpel dan het lijkt. Het gaat zo erg over anderen. Over de ravijnen en ondoordringbare bossen en woestijnen en rotsen op levenspaden.  Daar is veel licht nodig. Vaak meer dan ik kan ontsteken.

Wat ik me nu meer realiseer is dit: ja, zorgen voor de ander is mooi (in mijn werk). Maar waarom doe ik het? Zijn het alleen idealen? Is het een verkapte manier om een beetje erkenning te krijgen?
Vast ook, ik zal het maar toegeven. Is mijn ideaal op dit moment niet vooral een focus op mezelf? Terugschakelen naar veiligheid en verbondenheid? Ik denk het. En hoewel iets fluistert dat het toch wel verdraaid egoïstisch is zo, zegt iets anders dat het beter is.

Dat is het dan waar ik over zat te puzzelen. Ik geloof eigenlijk wel dat het verbeteren van de wereld bij jezelf begint. Niet alleen bij minder jurkjes bestellen en nooit meer knakworst eten (au), maar ook bij jezelf leren kennen - waarom je doet wat je doet en wat je nodig hebt in dit leven. Van daaruit kun je dan naar de ander. De wereld in. Idealistische lampjes aansteken.

(Misschien denk ik hier volgend jaar weer anders over, maar nu even zo).




maandag 10 september 2018

Onder de zon

Ik realiseer me vaak dat alles wat ik bedenk al is bedacht. Laat ik iemand zijn die van katten en planten en borduren houdt. Van tekenen. Jaren '60-jurkjes. Maar dan blijken er legio andere mensen die van precies dezelfde dingen houden. Kijk op Instagram en zie de creativiteit. De boeken, de zinnen die al zijn geschreven. De tekeningen. Alles wat daar nog bij komt voegt maar zo'n klein stipje toe. Een fractie van een stipje wat je onder een microscoop net niet ziet.
Straks ben je vergeten. Er is niets nieuws onder de zon. Er is nooit iets nieuws onder de zon. Je hebt toch maar helemaal niets nieuws bedacht.
-
Maar dingen die niet nieuw onder de zon moeten zijn, zijn dat natuurlijk weer wel. Ik was nog niet klaar. Wat nieuw is onder de zon is dat - ook al is de zomer bijna voorbij en heeft de zon toch echt wel geschenen - we niet meer mogen zeggen dat ons vel blank is. Hoe warmer hoe zonniger hoe witter ons vel. We zijn de witte mensen geworden, omdat blank niet meer politiek correct is. Misschien is het dat ook niet. Maar dan verzinnen we toch een mooier woord voor bruin of zwart in plaats van een woord wat niet klopt voor blank? Verarming van taal noem ik dat. Ik wil niet wit zijn. Noem me niet wit.
-
Waarom schrijf ik dit?
Laat ik nou toch niet vergeten dat niets zo belangrijk is als je verbonden voelen met anderen. Want waarom wil ik die tekeningen verzinnen en uniek zijn en mijn gedachten delen?
-
Soms vergeet ik dat je daar ook gewoon om mag vragen (zullen we? ja). Hoeft niet in dichtvorm. Of in een roman. Dat kan zonder mooie tekening. Zonder alle mooie zinnen, gekke gedachten, bizarre vondsten en rijmwoorden te hoeven delen. Zonder verbanden te leggen tussen wat niet nieuw is en wat wel (onder de zon) en zonder geweldig te hoeven zijn. 
 -
Dat kan ook als de zon zich verstopt.





donderdag 16 november 2017

Nostalgie

Nostalgie is een monster wat je steeds op de hielen zit en zo nu en dan beetpakt, neersmijt in de eerste de beste regenplas, waarbij je dan treurig kijkend op wilt staan - vooruit. Niet terugkijken. Maar het monster drukt je neer. Voel de stenen van de straat. Voel hoe doorweekt je bent. En hoe alleen.

Kijk nou eens hoe het vroeger was. Zie je lachen, liedjes luisteren en daarvan genieten. Hoe voelt dat nou? Als je jezelf voorstelt dat dat er niet meer is? Dat degenen met wie je zo hard lachte niet meer weten dat je bestaat. Doen alsof ze niet meer weten dat je bestaat. Dat je zelf net zo hard mensen bent vergeten. Zo prikt en port het monster. Niks zwart-witfoto's van vroeger, reünies en glimlachen om goede herinneringen. Het wordt nooit meer zoals het ooit is geweest. De tijd van spelen is voorbij. Wees je daar ook nú van bewust. Nu, als je geniet van mooie momenten. Niet van genieten. Het gaat voorbij. Alles gaat voorbij. En dan. Hoe harder je geniet hoe meer het pijn doet als het voorbij is. Dat weet je toch. En wie ben je dan. Als het voorbij is? En waar?

En zo laat Nostalgie je vooral vergeten. Vergeten te genieten van nu. Vergeten je geen zorgen over de toekomst te maken. Vergeten dat vroeger echt niet altijd in alle opzichten beter was. Vergeten dat er zoveel mooie mensen hier en nu zijn. En waarom zou de tijd van spelen ooit voorbij zijn?

Wat toch niet wil zeggen dat het niet mag om toch verdrietig te zijn omdat iets voorbij is.
Of dat het niet mag om troost en bescherming te zoeken als je zo bang bent voor dat voorbijgaan in het algemeen.

woensdag 1 februari 2017

Ervaringsdeskundigheid

Inmiddels werk ik dus alweer iets meer dan anderhalf jaar als psycholoog. Raar. (Als je je bedenkt dat ik drie jaar geleden met een stage begon en dat zó doodeng vond dat ik de hele stage onderzoeken afnam en uitwerkte en hele klamme handen kreeg als ik eens een intake moest doen want dat durfde ik dus niet). Raar. Maar ook goed. Al die dingen die ik toen niet durfde doe ik nu wel en ik geniet ervan. Dat wil niet zeggen dat het niet ineens allemaal niet meer spannend is. Het wordt langzaam wat minder spannend. Wat minder spannend om een interview af te nemen, een intakegesprek te doen (en me suf te puzzelen om én goede diagnostische informatie te krijgen én zo mogelijk een beetje contact te krijgen) en wat minder spannend om behandelgesprekken te doen. Mooi is dat. Behandelgesprekken. Het allermooist vind ik het echte contact. Iets wat je zo nu en dan ervaart. Als je over de muurtjes heen mag kijken. (Dat moet je altijd met diep ontzag doen, alsof je heilige grond betreedt. Wat het in feite ook een beetje is).

In al dat werken in de ggz wordt steeds nagedacht hoe je de mensen de beste behandeling kunt geven naast alle gedoe (zo noem ik het dan toch maar) die te maken heeft met de zakelijke kant. Ik hou niet zo van het zakelijke. Dat (én de heel kritische cliënten) kan me soms wel echt moe maken.

De beste behandeling wil steeds meer zeggen dat je het beste voor de mensen op het oog hebt. Hoe mooi klinkt dat, vind je niet? Daarbij hoort bijvoorbeeld ook de inzet van ervaringsdeskundigen. Dat is een thema waar ik zo nu en dan over nadenk. Het lijkt me meer dan goed om ervaringsdeskundigen in te zetten. Je gelooft vast sneller iets van iemand die hetzelfde (of iets vergelijkbaars) heeft meegemaakt. Die weet wat vechten is.

Maar mijn twijfel zit er een beetje in of we onze eigen ervaringsdeskundigheid (als we die dan al hebben) ook niet in kunnen of mogen zetten. Ik weet dat nooit zo goed. Ik bedoel, aan je cliënten vertellen wat jouw geschiedenis is, elementen daaruit, kan op een bepaalde manier werken, maar kan ook ervoor zorgen dat een cliënt vindt dat hij voor jou moet zorgen. Dat moet je niet willen. Hoe je dat dan wel in zou moeten zetten? Ik weet het niet. Maar het wij/zij-onderscheid zou wat minder mogen zijn. Meer naast elkaar. Hoe maak je dat bespreekbaar?

vrijdag 23 december 2016

Vragen en antwoorden.

Veel dingen zijn te onderzoeken.

Aversie tegen kinderen. Waarom? Gebrek aan chemie. Komt ergens door. Waarom de ander doet wat hij (of zij) doet. Of niet doet. Vermijding en het ergens niet over willen hebben of kundig onderwerpen omzeilen. Doodop zijn aan het eind.

Daarom houd ik van mijn werk. Dingen staan niet zomaar op zichzelf en er is een reden. Een reden waar ik dan soms een beetje naar op zoek ben. Bij de ander. Soms vergeefs en soms met succes. Die succesmomenten zijn het meest waardevol. Wanneer iemand jarenlang verdriet ineens op tafel legt (en ik braaf een tissue geef en goedzo zeg (waarom zeg ik dat nou) omdat huilen nu eenmaal mag). Wanneer iemand een beetje kwaad wordt (omdat ik vraag wat ze nou toch nodig heeft en ze dat nou nét van mij wilde horen). Je wordt kwaad, zeg ik dan. Ja. Zegt de ander.

Om de ander wat beter te kennen (en te begrijpen) kan jezelf begrijpen (en onderzoeken) helpen. We zijn altijd onderweg. Allemaal. Ongeacht of je de tissues overhandigt of ze volhuilt.
Soms kan het me kwaad maken. Dan vind ik dat ik op bestemming moet zijn om anderen te kunnen gidsen. Zo werkt het vaak niet. Helaas. Gelukkig. Kwetsbaarheid maakt zoveel krachtiger. Vragen durven stellen. Aan de ander (wat raakt je zo) en aan jezelf.

Waarom kun je niet met kinderen overweg? Waarom maak je er grapjes over en vind je het tegelijkertijd echt stom van jezelf? En dan ontdekken dat kinderen iets doen met overprikkeling en vooral met onzekerheid wat gewoon een rotgevoel is. Waarom is er zo weinig chemie? Onderschat de kracht van angst voor dichtbij niet. De veiligheid van de vermijding.

Onderschat de kracht van de hoop ook niet. De hoop een klein beetje bij te dragen in het ontwarren van de spinnenwebben in de hoofden van anderen. De hoop dat dingen veranderen. Bij anderen. Maar dat uiteindelijk niet alleen. Nooit alleen.

maandag 14 november 2016

het kan bijna niet meer herfst.

het kan bijna niet meer herfst en dat is goed.

de herfst als moment om na te denken en terug te keren - tot in den treure - naar wat je leert op een zolderkamer op maandagen in de herfst. met liedjes van passenger en leonard cohen achteraf. die laatste wist wel heel erg dat hij dood zou gaan, vind je ook niet - dat is weer associatief zoals ik ben. met hei en bos en altijd te vroeg zijn. dat ook nooit anders leren.

wat je leert. dat je mag voelen wat je voelt en wat is het wat je nodig hebt nu - en dat niet weten nooit. de tegenstrijdigheid van kijk naar mij luister stel maar moeilijke vragen (ik zie dat je er niet bij bent en waarom) en ik wil zo graag en kijk niet naar mij maar naar iemand anders luister liedjes red de wereld ik wil zo graag niet. maar als je me negeert zal ik toch verdrietig zijn. dat geef ik toe.

de gedachten dat het zo snel over is wat ik niet wil en dat de mensen maar weer een klein beetje weg met je bewandelen soms zo letterlijk. wat je leert. dat wat je voelt nooit raar is en wat je wilt ook niet. dat je dat alleen maar zelf vindt. dat zeggen wat je voelt vaak zo goed wordt ontvangen en dat er dan mensen zijn die er voor je zijn die voelen wat je voelt hoe dat dan kan. dat je moet huilen maar dat niet wilt dat dus maar niet doet. dat verstoppen dan ineens niet meer lukt na al die jaren al zou je het willen nog. dat je het dan dus ook niet meer wilt en hoe goed dat is. en hoeveel pijn dat dan ineens tegelijkertijd toch doet.


dinsdag 1 november 2016

verlatingsangst

de dingen die een gevoel zijn wat woorden moet worden (als het dat wil).

het gevoel niet alleen gelaten te willen worden, hoe dan ook niet. alsof je met heel, heel veel mensen opgesloten zit in een donkere fabriek in de nacht. de fabriek is allang buiten bedrijf en het is een beetje gevaarlijk. eerst was dat nog wel leuk ook, omdat er zoveel mensen waren. het een avontuur was. verdwalen niet zo erg is als je niet alleen bent.

sommige mensen komen naast je zitten naast je staan en ze begrijpen dat je bang bent in het donker en dat je vooral bang bent om hier alleen te zijn. o lief zeggen ze (dat zeggen ze niet maar het zou zo mooi geklonken hebben). je hoeft niet bang te zijn. niet bang te zijn. niet bang.

niet bang?

iets beloven kunnen ze niet. ineens gaat er iemand dood. een ander besluit dat het genoeg is geweest en doet de deur achter zich dicht. ja maar ik dan zeg je - maar dat doet er allemaal niet zo toe. je mag dat niet zeggen want iedereen is vrij en zo is het ook (jij ook maar dat vergeet je zo nu en dan).

steeds meer wordt alleen achter gelaten worden (wat het in feite dan weer niet is). de mensen die verliefd worden en dansen omdat het leven zo mooi is. de mensen bij wie dat geluk wordt bekroond. de mensen die verhuizen. steeds meer wordt angst om alleen te blijven in het donker - die je zo verlamt dat de mensen naar je kijken, hun schouders ophalen en doorlopen. vlug. het zou toch niet besmettelijk zijn.

en je hoopt dat er iemand stil zal blijven staan (als een samaritaan) om je aan te kijken en te vragen wat je nodig hebt. je weet dat je daar niet op moet hopen (eerst moet je niet zo bang meer zijn). je weet al wel wat je zult zeggen. laat me nou gewoon niet alleen.

maandag 31 oktober 2016

Ik wil niets liever.

hier zijn we dan degenen die rouwen om wat is geweest
maar niet meer is en om wat er nooit zal zijn (misschien)
-
doe het licht uit steeds een beetje meer
-
kijk dan naar me en zie mijn ongemakkelijk bestaan
kijk dus maar niet naar me (er is zoveel meer te zien)
kijk de bomen de bloemen moet je die niet redden
de dieren de wereld
-
en ik. stipje. druppel.
-
ik zei toch dat je niet moest kijken
waarom doe je dat dan toch
-
(ik wil niets liever)

zaterdag 17 september 2016

emoties.

emoties zijn zo mooi (en kunnen zo moeilijk zijn).

ik zie zoveel emoties. wie gaat er niet huilen bij een intakegesprek en wie huilt er niet na verloop van tijd. o en natuurlijk voel ik ook emoties.

emoties zijn zo mooi. wanneer iemand besluit dat je mag weten wat ze voelt en ze het vertelt en het tegelijkertijd ook voelt - deel alsjeblieft in wat ik voel - dan kan ik daar een beetje aarzelend alleen maar in toestemmen. hoi emotie van deze persoon. laat me je zien zodat ik kan helpen, steunen, er zijn. zodat ik kan laten zien dat jouw voelen niet leidt tot mijn afwijzing.

want dat kan natuurlijk. dat je voelt en dat zegt en overbrengt en dat de mensen zeggen doe toch niet zo stom dat is toch nergens voor nodig. o ja dat herinner ik me nog zo goed. de keren dat ik bang was en dat de mensen zeiden dat het nergens op sloeg. bang om naast een vreemde mevrouw in de bus te gaan zitten. bang dat de boot omslaat. en de mensen die zeggen dat ik niet bang moet zijn. omdat je angst hen mateloos irriteert en om geen enkele andere reden. 

en dan de mensen die zien dat je bang bent en zeggen zal ik je helpen en achter je naast je lopen. zou het zo niet moeten zijn. dat helpt dan misschien niet om de angst te overwinnen, maar wel om te trotseren. om dapper te zijn.

wat ik wil als ik voel is dat mensen vragen waarom en het proberen te begrijpen. waarom ben je bang waarom ben je boos en waarom ben je blij. dat ze deelgenoot zijn (de muziek is zo mooi, er is pijn) en er gewoon zijn terwijl ze weten dat emoties mijn realiteit zijn - niet per se die van hen - en dat voelen en feiten soms ook gewoon niet met elkaar in overeenstemming zijn.

wat ik wil is misschien wel wat zoveel meer mensen willen. en dat is de reden dat ik dit schrijf. hoewel het persoonlijk is, maar ook universeel waarschijnlijk.

probeer het te begrijpen.

maandag 29 augustus 2016

Ontspannen na een beetje veel werken.

O ik kan zo saai zijn. Want weet je, het werken is heerlijk, maar wat ik nog niet had verteld: het is, na de werkervaringsplek, ook best zwaar. Waar ik eerst op één locatie werkte (okee, naast een administratief bijbaantje omdat je niet zo rijk bent als je in een werkervaringsplek werkt), werk ik nu op twee locaties, naast nog altijd het administratieve bijbaantje. De ene locatie kende ik. De andere niet.

Op de ene locatie had ik mensen in behandeling, deed ik onderzoek en intakes. Op de andere locatie zijn er véél mensen met een vraag om behandeling en kreeg ik de eerste weken aan één stuk door allemaal nieuwe mensen. Inmiddels lopen de behandelingen en begin ik te wennen aan locatie nummer twee. Behalve dan dat het een locatie is met sleutels en alarmsystemen waar ik niets van snap.

Wat ik merk is dat ik het werk vanuit mijn hart wil doen. Ik wil zo graag de passie meegeven aan de mensen en er voor ze zijn. Maar soms is dat er ook even niet. Soms wil ik niets liever dan een dag op de bank hangen met een deken en een boek en vooral even niemand spreken. Als een slak in een huisje. Op die momenten tel ik toch af, totdat ik naar huis mag. Dit weekend voelde ik dat zelfs best extreem. Ik hoefde niet te werken, had allemaal sociale dingen gepland en heb ze bijna allemaal even hard afgezegd. Iets met alleen moeten zijn. Boeken lezen. Vlinders bewonderen. (Ik weet niet of ik nou trots op mezelf moet zijn of juist niet).

En niet zomaar bewonderen dus

Ergens ontsnapt uit een vlindertuin denk ik

Maar wel echt mooi: een zebravlinder

Gek is dat eigenlijk. Toen ik nog veel thuiszat, had ik veel meer input om te bloggen. Ik blogde over boswandelingen, over de zolder die we gingen opruimen, over vroeger, over kleurplaten en over de kat. Je zou zeggen dat ik met een baan die nieteens fulltime is toch wel wat zou kunnen bloggen. Maar ik wil niet dat mensen hun verhaal teruglezen, ook al zou het helemaal anoniem zijn. Ik kan hoogstens wat zeggen over wat de dingen met mij doen. Ik hou er bijvoorbeeld van als mensen durven te huilen omdat het kunnen tonen van kwetsbaarheid zoiets bijzonders is. Daar deel van mogen uitmaken is bijna als naar een vlinder kijken. Ik hou er niet van als mensen proberen het conflict aan te gaan. Dat soort dingen kan ik schrijven. Verder gaat schrijven vooral over hetgene wat ik doe als ik dan eindelijk weer thuis ben.

Genieten van zelfgekweekte courgettes.

Haken. Een deken in wording en een stola-met-roos uit dat boek rechtsboven.
Vegetarische curry's maken (en ook wel niet-vegetarische).

En dan waren daar gelukkig ook echt mooie momenten met leuke mensen en vuurkorfjes en liedjes en kaarsjes en knuffels en vallende sterren.

zaterdag 13 augustus 2016

dat hadden we niet afgesproken.

vroeger, kleiner en misschien zelfs wijzer op een bepaalde manier, zag ik een filmpje over een dame die een taart in haar gezicht gesmeten kreeg. het was vast een soort cabaret want we lachten tot de tranen over onze wangen rolden. dat hadden we niet afgesproken. zei ze. we bleven er bijna in.

maar natuurlijk niet helemaal. er is wel meer niet afgesproken. toch?

o ja ik luister nu liedjes over draken waartegen geen ridder bestand is. ik blijf denken aan het huis met de deuren wijd open. een metafoor natuurlijk. buiten de bomen het gras de bloemen en de vogels die nog fluiten voordat de herfst komt. de hommels de bijen de wolken en de warmte van de zon. de deuren niet alleen maar ook de ramen zodat het huis naar bloemen en gemaaid gras ruikt. o lief huis. hadden we dat afgesproken?

maar dan blijkt de herfst te komen en er is altijd iemand die weigert in het huis te komen. en dus moeten de deuren dan maar dicht (er komt geen water maar wel wind en het wordt koud). er zijn zoveel huizen voor jou zoveel vuur er is zoveel warmte. niemand sprak af dat je verder moest maar dat was wat je wilde en dus ging je. warmte. vervulling. nooit meer alleen. op zoek naar liefde en wijsheid.

wijzer, wijzers van de klok.

o het waait zo hard zo hard. en het lijkt of ieder beetje wind een beetje jou naar binnen brengt. de deuren zijn allang dicht zelfs de ramen. maar dat doet er niet toe. in flarden verbeelding vlieg je door de kieren door de gaten want er leven muizen in het huis. (dat hadden we echt niet afgesproken).

terwijl jij allang weer verder loopt. tegen de wind in. het ene huis in het andere huis uit.
want nergens word je warm genoeg.

maandag 1 augustus 2016

Bloemetjes.

O vakantie (en boeken en uitslapen en lekker koken en handwerken en kleuren) is zo fijn. Vanmorgen ging ik even een klein rondje wandelen, omdat ze bij onze buren hele mooie veldbloemen hebben ingezaaid. Hierbij wat foto's. (O ja, er loopt al tijden een ontsnapt damhert bij ons rond. Dierenambulance en gemeente hebben er tot nu toe niets mee gedaan en ik kwam 't hertje net tegen).






dinsdag 26 juli 2016

De tijd.

Het is toch best erg hoe weinig blogjes er verschijnen. Hier. Elk jaar (zoals iedereen) heb ik goede voornemens (zoals iedereen) en elk jaar stranden ze te snel (zoals bij iedereen). Eén van mijn voornemens was om in 2016 meer te schrijven dan in 2015 en dat klopt dan misschien ook wel. Ik schrijf onderzoeksverslagen, intakeverslagen en gespreksverslagen, maar dat mag natuurlijk niet op de blog. Maar ik ga me dus maar niet meer verontschuldigen. Het werk kost veel tijd (en is fijn, hoewel soms zwaar) maar het is ook moeilijk om erover te bloggen, omdat dat gewoon niet zo goed kan. Nog drie werkdagen trouwens en dan. Dan. Vakantie. Dat is dan toch weer heel goed. De tijd om de mensen weer te ontmoeten, de zweedse fakkel die ik nog heb op te branden, misschien wel buiten te slapen en naar de sterren te kijken (als het niet van plan is bewolkt te zijn als ik buiten wil slapen). De tijd om met katten te knuffelen (en vooral met die van mij), om frambozen rechtstreeks van de struik te eten en de boeken te lezen die ik van mijn eerste echte loon heb gekocht (decadent. Ja). De tijd om liedjes te luisteren als deze ('Clear' van Needtobreathe, het is te zoet, maar zo mooi). Misschien de tijd om met blote voeten door het zoute zeewater te plonzen op een niet al te warme dag.

Ik weet niet of dat raar is, maar ik word zo gelukkig van tijd doorbrengen met de mensen waar ik van hou. Gewoon. Tijd. Dat kan best betekenen dat we allemaal een boek lezen, als we maar bij elkaar zijn. (Stiekem houd ik ook van tijd alleen doorbrengen. Achter de laptop met oordopjes mooie liedjes luisteren en buiten boeken lezen).

Misschien is dat wel het probleem met bloggen. Ik wil het graag spectaculair. Vertellen over grote dingen die ik heb gedaan (maar ik doe geen grote dingen). Soms is niet de gewilde extravert zijn best lastig. Maar toch. Want weet je.

Elke dag lathyrus plukken en ruiken. Het patroon op de veren van de mus. Kattengespin. Zomerjurkjes. Uitrusten.

dinsdag 12 juli 2016

1000 vragen.

Maar je stelt ze natuurlijk nooit allemaal.

Gisteren ging ik met een paar collega's eten (wraps, guacamole met veel knoflook wat die guacamole natuurlijk juist zo lekker maakte). Na het eten deden we een spelletje. Een 1000 vragen spelletje. Die je natuurlijk nooit allemaal stelt, omdat je daar simpelweg de tijd niet voor hebt. (Correctie: niet voor denkt te hebben omdat je - als je mij bent - al een beetje buikpijn hebt omdat je nog terug moet naar het station en omdat je best wel erg was verdwaald op de heenweg).

Van die vragen als: hoe hoog is het muurtje om je heen?
En: met wie zoende je voor het eerst?
En: ben je bang in het donker?
En: welke belangrijke levensles heb je geleerd?

Die was voor mij. Die laatste. Dat is best een confronterende vraag.
Volgens mij leert iedereen wel levenslessen en is er vaak niet één belangrijke. Zijn dat er misschien wel veel meer. Toch?

Eén van die belangrijke dingen die ik geleerd heb - de laatste tijd (maar tijd is breed en hoog en lang en diep) - is dat ik mezelf meer waardeer dan voorheen. Niet altijd, want o, ik kan best neurotisch zijn. En vermijdend. En al dat soort nare dingen. Toch is het fijn om meer te weten wie ik ben en waar ik blij mee ben. (Al leer je dingen nooit af, komen oude betekenissen ineens weer naar boven alsof je een oud lampje aandoet).

Nu hoop ik dus dat ik een beetje kan helpen om anderen dat ook meer te laten ervaren.

dinsdag 5 juli 2016

Wat mooi zou zijn.

Zullen we wensen bij iedere ster die valt of -nog beter - gewoon wensen zonder dat daar iets voor hoeft te vallen?

Of zullen we denken over wat mooi zou zijn.
-
*
Er zijn psychologen die zijn zo lief als je iets vertelt dat je bijna moet huilen. Dat voelt zo veilig dat het bijna overweldigend is. Zo wil ik dus zijn. Ooit.
*
Dansen
*
Onder een sterrenhemel slapen
*
Knuffelen
*
Niet langer bang zijn voor dichtbij
 *
Naar het Noorden gaan en foto's maken tot je erbij neervalt. Bij wijze van spreken dan.
-

dinsdag 7 juni 2016

Waarom je mij niet op kinderen moet laten passen.

Ken je dat nog van vroeger?

Dat je ging spelen bij iemand uit je klas of uit je familie en dat het zo leuk was met elkaar maar dat er een klein broertje of zusje rondliep wat steeds mee wilde doen. Waar jullie geen zin in hadden. Met gejank tot gevolg. Gekrijs. "Ik ga het tegen mama zeggen!". Twee keer beschuldigende blikken. Het kind wat zichzelf erg zielig vond. De moeder die het kind erg zielig vond. Die vond dat het kind best mee mocht doen. Daar had je dan dus maar mooi niks meer over te zeggen.

Dat verwijtende van die moeders. Dat nananana-gezicht van die kinderen. Stel je dat eens voor.

Daar moest ik ineens aan denken. Volgens mij heb ik vaak genoeg geblogd over mezelf en kinderen. Tot nu toe wil dat nog niet echt een succes worden. Verzoeken om op te passen sla ik steevast af omdat ik echt geen idee heb hoe dat moet. Toch kun je ook als je, met de nodige zelfkennis mijlenver bij kinderen uit de buurt blijft zodat je niet teveel schade aan kunt richten, het ineens weer goed verprutsen.

Zo ook ik. Gisteren. (Nee. Het is nooit iemand anders. Was dat nou maar eens waar).
Ik pas dus niet op. Maar mijn moeder wel.
Die kreeg dus de babyfoon om op m'n nichtjes te passen.
Prima. Ik zat op de bank een beetje muziekjes te luisteren.
Maar zoals dat gaat met kinderen. Ouders weg? Gas, heel hard blèren in die babyfoon. Zodat de mensen weten dat ze toch echt wel bestaan.
Mijn moeder? Die rent er meteen heen.
Ik? Ik zie dat ze weg is, hoor nog steeds veel lawaai en draai de babyfoon uit (ik dacht zachtjes, maar het was uit, ah ja, rotdingen).
Mijn moeder komt terug. De kindjes gaan slapen. Ik zit heerlijk buiten te haken. Die babyfoon weer aanzetten? Geen haar op m'n hoofd die eraan dacht.
En dan komen de ouders terug en dan blijkt er dus eentje helemaal niet te slapen en zichzelf helemaal over de rooie te hebben gehuild (een uurtje maar hoor) en er kwam maar niemand.
Dus. Dat.
Ik zal nog beter afstand tussen mezelf en kinderen moeten calculeren denk ik.

maandag 6 juni 2016

losse flarden III.

pas zei iemand dan ik dan wel ander gedrag kon laten zien - minder bang misschien en dichter bij wie ik ben maar ik heb dat dus niet gevraagd en diegene heeft dit dus ook niet gezegd. dat kon ik wel doen maar ik bleef wie ik was. toen dacht ik nee. waarom. ik wil als een slang die oude huid afstropen en een ander persoon zijn. dus ik vroeg me af waarom mild naar je oude ik kijken zo moeilijk is. alsof die oude ik er niet meer is. je leert geen dingen af. je leert dingen bij. het oude kan er altijd weer zijn. als ik over vroeg schrijf is daar steeds iets wat fluistert dat ik me moet schamen (zo: je moest je schamen). waarom. denk ik. maar de reden weet ik nog steeds niet.
-
zou ik me dan schamen voor de behoefte aan boeken die ik nog niet mocht lezen omdat ik eerst groter moest zijn - over liefde en niets anders om maar weer eens een zin te jatten. de keer dat de boeken die ik wilde lezen in de kast waren verstopt omdat dat nog niet mocht. maar ik was twaalf. of juist anderzijds. de keer dat de meester (of de juf) vond dat ik een boek las waar ik te groot voor was. maar een wijs persoon zei dat kinderboeken die je als volwassene niet meer kunt lezen ook de moeite voor kinderen niet waard zijn dus laat dat de standaard zijn.
-
ik zou me kunnen schamen voor de keer dat ik blijkbaar iets verkeerd had gedaan - ik denk dat ik gemeen was geweest tegen een kind wat nu eenmaal iets is wat ik vast nooit verleer - al was ik toen zelf dus ook nog een kind en op het grasveld op een kussen lag boos te zijn en mezelf zielig te vinden.
-
ik kan me schamen voor die keer dat ik op het muurtje van de groentetuin zat te kijken hoe mama daar aan het harken of onkruid wieden was. er zat mos tussen de stenen en ik wiebelde met mijn benen. naast me lag een plank en ik dacht die moet hier niet liggen. dat is het precieze moment waarop ik ontdekte hoe afschuwelijk eng ik pissebedden vind. al wist ik toen niet veel beters dan dat het grijze torren waren.
-
het negeren van uitnodigingen van kinderen uit de klas waar een kachel met vuur was.
-
een potlood dwars doormidden bijten in groep drie en daar trots op zijn.
-
een prinses op straat tekenen. met borsten. mijn moeder die de straat snel schoon moest spuiten omdat er een dominee (geloof ik) op visite kwam en die mocht dat soort dingen niet zien.
-
een hoekje achter de bank met foto's van prinsessen die allemaal jong dood waren gegaan en die zo mooi waren geweest.
-
een voorkeur voor donkere hoekjes en boeken

zaterdag 4 juni 2016

ik weet wel wat waar is.

ik weet wel wat waar is. dat een appel op de grond zal vallen en dat water kookt bij honderd graden.
onze harten die synchroon kloppen. al is dat niet waar (ik schrijf dat op omdat ik het mooi vind).
ik weet dat gevoel een functie heeft maar er soms beter niet is. en ik weet hoe je kunt doen alsof
gevoel er niet is. je zingt een liedje en danst en kijkt de andere kant op. je werkt je helemaal moe
totdat er geen tijd meer is voor gevoel. maar dan is daar de rust die onvermijdelijk komt en de ander en daar. daar
is gevoel terug. het zegt daar ben ik weer. en ineens lukt het dan niet om het achter slot en grendel
te houden. lukt dat even niet. lukt dat even op het verkeerde moment niet. en natuurlijk ziet de ander dat
diegene schrikt, dacht toch wel dat maar nee en dat maakt zo boos of verdrietig of bang dat weet je ook wel
en daar ren je met een vlindernetje achter het veel te vlugge gevoel aan kom dan toch eens hier jezelf verwijten makend want
o dat was zo dom. zul je nou nooit meer vergeten de deur op slot te doen.